Catrien Bouman   Tz'oe
Home Ontaarden Het paleis Een sprookje Korte verhalen Auteur
           

De kluit

"Mensen zijn net planten",  zegt Nieske stellig, terwijl ze lui in een stoel op de patio hangt. Haar blik verplaatst zich van de blauw gekleurde druiven, die boven haar hangen, naar de zelf gezaaide Vlijtige Liesjes in de tuin. De kleine plantjes bloeien uitbundig met verschillende kleuren roze, rood en wit. Met haar man Aise rust Nieske uit na een drukke dag samen klussen.
"En waarom dan wel?",  vraagt Aise voordat hij een slok uit zijn flesje bier neemt.
"De plantjes daar lijken in de verste verte niet meer op de blaadjes die in april boven de grond kwamen. Ik vergelijk ze met mezelf. Nu ik achtendertig ben voel ik me een heel ander persoon dan het tienermeisje uit mijn jeugd. Ik voel me minder onzeker en ik ben niet langer op zoek naar mijn identiteit. In ons gezin en op mijn werk kom ik volledig tot mijn recht. Mensen zijn soms op zoek naar hun roots, maar ik heb niet zoveel met dat meisje van vroeger. Het verleden is voor mij niet van belang." Nieske gaat rechtop zitten en drinkt uit haar glas witte wijn.
"Is dat wel zo?", vraagt Aise
"Ja hoor, míjn roots liggen hier, in dit deel van mijn leven. Ik ben geworteld en mijn kleine groene blaadjes hebben plaats gemaakt voor stevige bladeren en bloemen. Dat is wat voor mij telt."
"Fijn dat je zo tevreden bent, maar vergeet je niet iets?"
"Wat dan?"
"Voor wie stak jij in de kathedraal van Carcassonne in de zomervakantie een kaarsje aan?", vraagt Aise.
"Voor je vader", antwoordt Nieske.
"Hmm, en voor wie was dat tweede kaarsje?"
"Voor Doutzen", geeft Nieske eerlijk toe.

Doutzen en Nieske waren vroeger ‘de beste’ vriendinnen. Doutzen is twee jaar geleden onverwacht overleden. Op dat moment hadden ze elkaar al zestien jaar niet gezien en in die periode hadden ze slechts éénmaal telefonisch contact gehad. Dat was naar aanleiding van een reünie van hun lagere school, waar Doutzen uiteindelijk nooit verschenen was. Nieske vond het niet erg, ze had geen behoefte aan een opleving van hun vriendschap. Maar het overlijdensbericht had een grote impact op haar gehad, veel groter dan ze had verwacht. Maanden later had ze tegenover Aise bekend dat ze nog steeds moeite had om aan Doutzen te denken zonder er tranen van in haar ogen te krijgen. Ze had tegen Aise gezegd: ‘Bij de crematie keek ik om mij heen. Naast haar familie en haar ex-man kende ik niemand. En ik vroeg me af hoe goed die onbekende mensen háár kenden. Ik wist dat ze had gelogen over haar eerste menstruatie, ík had gezien hoe graag ze op haar overleden moeder wilde lijken en ík was van de fiets gevallen omdat we samen de slappe lach hadden. Na afloop van de herdenkingsdienst stond ik in de rij om de familie te condoleren. Tussen de onbekende gezichten besefte ik dat ik Doutzen eigenlijk niet meer kende. Deze mensen rouwden om wie ze was, ik huilde om wie ze was geweest. Ik gaf haar dochter een hand en moest mij voorstellen. Eigenlijk bizar, ik was erbij toen ze geboren werd! Ik vroeg me af waarom ik eigenlijk nog huilde, maar ik kon niet stoppen.’
"Heb je toch geen spijt, dat je geen contact hebt gehouden?", had Aise gevraagd.
"Ja en nee, alleen het gekke is, ik ben er altijd vanuit gegaan dat ik ooit weer samen met Doutzen zou zijn. Dat we als vijfenvijftigplussers op een bankje in het park zouden zitten. Praten, ruzie maken of lachen, net als vroeger."
Aise had Nieske tegen zich aangedrukt en geantwoord: "Zeker zodat zij jóu kon vertellen welke geheimen en verlangens jij als kind had."

Aise houdt het flesje bier omgekeerd boven zijn mond. De laatste druppels vallen op zijn tong. Hij begrijpt niet dat Nieske het nog niet snapt. ‘Bij het uitdunnen, het verpotten en het uitzetten van de Vlijtige Liesjes heb je aarde om de wortels laten zitten,’ legt Aise beeldend uit.
"Ook jouw wortels hebben aarde uit het verleden meegenomen. Gezamenlijk vormen ze een kluit die door levenservaring steeds groter is geworden. Die kluit voedt en biedt stevigheid. Het is je basis. Jouw reactie op het overlijden van Doutzen laat zien dat je op los zand komt te staan wanneer er korrels uit je verleden verdwijnen."
Nieske verslikt zich in haar wijn wanneer Aise lachend besluit met: "Je bloeit mooi, lieve Nieske, maar je kluit is misschien wel véél mooier." 

Dit verhaal heeft in april 2009 de 2e prijs gewonnen bij de jaarlijkse schrijfwedstrijd van de Openbare Bibliotheek Heerenveen en de Heerenveense Courant.
Commentaar van de jury: een invoelend verhaal, dat getuigt van levenswijsheid.

terug...