Catrien Bouman   Tz'oe
Home Ontaarden Het paleis Een sprookje Korte verhalen Auteur
           

Bakermat

“Do you know where you are?”
Voor mij staat een krom gebogen vrouw met een gerimpeld gezicht. Voordat ze me aanspreekt heb ik haar al een paar keer nerveus heen en weer zien lopen over het smalle paadje langs de kustlijn.
“Eh, yes I do,” antwoord ik.
“But, do you know what this place is?”

Twijfelend kijk ik om mij heen en vraag me af wat ik zal zeggen. Ik zit op Mrs. Macquarie’s Chair, een met de hand uitgehakte stenen bank uit 1810, in de Royal Botanic Gardens in Sydney. Mijn reisgids bejubelt het uitzicht op the Opera House and the Harbour Bridge, maar vanaf deze zetel kijk je in werkelijkheid uit op de andere kant van Port Jackson. Hier zie je alleen schepen die van en naar de haven varen.

Het was de favoriete plek van de gouverneursvrouw Elizabeth Macquarie. Met heimwee naar haar geboorteland aanschouwde ze de Engelse vaartuigen. Dat zij heimwee had begrijp ik best, Mrs. Macquarie kon niet, net als ik, meedoen aan the Discovery Climb to the very top of the Harbour Bridge of naar een Tchaikovsky’s First piano Concert in the Opera House. Ook ben ik na een adembenemend uitzicht op The Three Sisters via de negenhonderd traptreden van the Giant Stairway of the Blue Mountains naar het dal afgedaald. Op Circular Quay heb ik met een Aboriginal gesproken. De thuisblijvers kan ik vertellen hoe men het dodelijk gif uit een Funnel-web spin melken om tegengif te maken en ik heb geld gedoneerd voor een vaccin tegen de besmettelijke vorm van kanker bij de Tasmanian Devils, die met uitsterven worden bedreigd. Ik heb thee gedronken in de Chinese Garden of Friendship en daarna heb ik mijn fysieke grenzen opgezocht en ben met de ferry naar Manly vertrokken voor een hike. Gisteren nog, heb ik gezwommen in de zee van Bondi Beach, waar naar zeggen, kort geleden een haai was gezien. Waren er in de tijd van mevrouw Macquarie maar musea, sculptures by the sea, of bloemen mozaïeken verspreid door het centrum dan had zij zich vast beter gevoeld.
Op deze laatste dag ben ik bewust terug gegaan naar haar Chair want gezien het thema zeevaart leek dit mij de aangewezen plek om te beginnen in de historische roman ‘De thuiskomst’ van Anna Enquist.

Omdat ik nog steeds geen antwoord heb gegeven stelt de oudere vrouw een nieuwe vraag, een nogal merkwaardige: “Would you read to me, please?”
“In Dutch?”
“Yes, I understand Dutch. Please, read out loud to me.”
Ik kuch zachtjes en begin onwennig hardop verder te lezen vanaf het punt waar James Cook met zijn vrouw Elizabeth in gesprek is over de omstandigheden rondom het overlijden van hun enige dochter Elly. De vrouw gaat naast me zitten en sluit haar ogen. Terwijl ik mijn best doe de zorgvuldig gekozen zinnen met de juiste interpuncties uit te spreken, ontvouwt het verhaal uit de achttiende eeuw zich voor mijn ogen.

Door de levendige manier van lezen merk ik niets meer van de toeristen die nieuwsgierig naar ons kijken en een poging doen om de tekst op het plakkaat achter ons te lezen. Ik hoor vioolmuziek als Nathaniel speelt en ruik de ziltige atmosfeer wanneer James weer naar zee vertrekt. Ik voel de zorgzaamheid van Palliser en huil met Elizabeth mee wanneer ook haar andere kinderen komen te overlijden.
Soms pauzeer ik voor een slokje water. De vrouw zit onbeweeglijk naast mij, soms staart ze in de verte maar meestal houdt ze haar ogen gesloten. De hele middag zitten we daar tot het ’s avonds even na zevenen zo donker is dat ik de woorden niet goed meer kan onderscheiden. Ik voel mijn lege maag en kan geen aangename houding meer vinden. Het boek is nog niet uit maar de vervoering is verbroken. De vrouw voelt mijn onrust en staat op. Ze omhelst me en bedankt me herhaaldelijk.

“Who are you?” vraag ik.
“Elizabeth Boonstra.”
“Boonstra? That’s Dutch! Where’re you from?”

Ze antwoordt dat ze oorspronkelijk uit Canberra komt en dat ze getrouwd is met een Nederlandse man. Op zeventienjarige leeftijd was hij betrokken bij een dodelijk ongeval. Hij vluchtte met een boot naar Sydney, durfde nooit terug te keren en werd levenslang gekweld door heimwee. Het was een zachtaardig persoon. Het enige waaraan hij niet wilde toegeven was haar kinderwens. Het idee dat hij zijn kinderen niet mee kon nemen naar zijn vaderland, zijn bakermat waar zijn ouderlijk huis stond, kon hij niet verdragen.
Zondags kwamen ze hier vaak en vertelde hij onuitputtelijk in zijn eigen taal over zijn jeugdherinneringen. Hoe hij samen met zijn vrienden appels stal uit de appelhof van de buurman en daarna door de hond van de buurman achterna werd gezeten. Hoe hij met natte kleren thuiskwam na een dag polsstok springen over de sloten tussen de weilanden. En hoe hij samen met zijn neef stiekem de allerlaatste druppels bier uit de lege flesjes dronken wanneer ze op verjaardagsbezoek bij opa en oma waren.

Elizabeth is al jaren weduwe en ze voelt zich eenzaam. Dagelijks rouwt ze om haar overleden man en het gezin dat ze nooit heeft gehad. Vandaag voelt ze zich getroost door op deze plek te kunnen luisteren naar de harde klank en het vertrouwde timbre van de Nederlandse taal. Koud en aangeslagen blijf ik achter als Elizabeth mij opnieuw heeft bedankt en afscheid heeft genomen. De locatie, het verhaal en de ontmoeting grijpen me aan. Gestold verdriet van de drie vrouwen wordt vloeibaar in mijn ogen. Ik barst in huilen uit. Deze laatste dag, die ik in alle rust wilde doorbrengen en waarin ik al mijn indrukken van de afgelopen drie weken wilde laten bezinken, heeft mij helemaal uit mijn avontuurlijke comfort zone gehaald. Het heeft een nieuwe gevoelens bij mij losgemaakt. Naast heimwee van Elizabeth Macquarie en eenzaamheid van Elizabeth Cook doorleef ik nu ook het noodlot van Elizabeth Boonstra. Ik voel me volkomen ontheemd, maar ben opeens dankbaar voor dit gevoel: morgen vlieg ik toch terug naar huis.

(maart 2014, Leeuwarder Courant / stadschouwburg de Harmonie / Culturele onderneming, reisverhaal met als thema boek, maximaal 500 woorden, hierbij heb ik de 2e prijs gewonnen. Voor deze site heb ik gekozen voor de lange versie.)

terug...