Catrien Bouman   Tz'oe
Home Ontaarden Het paleis Een sprookje Korte verhalen Auteur
           

Boetvaardigheid

Elke keer wanneer er een paar twee-euro-muntstukken door zijn vingers glippen, schrikt hij wakker en raapt snel met dezelfde hand het geld weer op van de grond. Blij met de afleiding van dit schouwspel tijdens de monotone ondergrondse metrorit, houden de forenzen met hun uitgestreken gezichten op weg naar hun werk, de man zo nonchalant mogelijk in de gaten. Nadat hij was ingestapt plofte hij neer op de dichtstbijzijnde stoel, wees zijn vriend het allerlaatste vrije plekje even verderop aan en viel daarna direct in slaap. Tijdens zijn slaap zakt zijn neus langzaam richting zijn smoezelige judobroek. Het lichaam hangt scheef waarbij de afgekloven nagels van zijn rechterhand bijna de grond raken. In zijn hand bewaart hij een stuk of zes twee-euro-muntstukken waarvan hij er steeds een paar laat vallen. De half lange haren hebben geen last van de zwaartekracht, ze zitten door vettigheid op zijn hoofd vastgeplakt.

Zijn vriend lijkt ook te slapen, maar dat weet ik niet zeker door de misplaatste plastic zonnebril op zijn haviksneus. Hij draagt een te grote spijkerbroek, opgehouden door de band van misschien wel hetzelfde judopak als de man met de judobroek. Zo nu en dan hoest hij met een schrapend geluid, waardoor hij onbedoeld de aandacht van de passagiers even voor zichzelf opeist.

Voordat de trein vaart mindert voor het naderende eindstation staat de man met de judobroek op en loopt naar de deur. Hij roept zijn vriend en wanneer er een luid gesprek op gang komt spijt het mij dat ik geen Grieks versta. Het duo valt op tussen de frisgewassen passagiers in de metro. Wat hun uiterlijk betreft lijken ze op de zwervers uit de binnenstad van Athene. Maar die liggen apathisch op vaste plekken op pleinen en in portieken en die heb ik nooit iets met z'n tweeën zien doen.

Heel graag zou ik willen weten waar dit duo het over heeft en wat ze hier in het havengebied van Piraeus doen. Wanneer ze doelgericht de ondergrondse uitstappen kijk ik ze gefascineerd na.

Even later wandel ik al turend op mijn plattegrond het metrostation uit en bots tot mijn verbazing bijna tegen de man met de judobroek op. In beide handen heeft hij een plastic beker, afgedekt door een doorzichtig bollend dekseltje met een gat er boven in.

“Where's your friend?” vraag ik nieuwsgierig als ik zie dat hij alleen is.

Hij wijst met zijn ene arm naar de loopbrug die over de drukke weg gaat, in de verte kan ik de witte band nog net onderscheiden. In mijn toeristische informatieboekje staat dat daar de centrale haven ligt vanwaar de grote Egeïsche veerboten vertrekken.

“And why are you so tired?”

De man gebaart onhandig dat ik mee moet lopen. We gaan naar de krantenkiosk, daar waar de loopbrug begint. Verscheidene mensen turen omhoog naar de kranten die aan de bovenrand van de kiosk hangen en ik pak er ook een beet. Op de voorpagina staan supporters van FC Panathinaikos, uitzinnig van vreugde. Ze hebben een belangrijke wedstrijd gewonnen en ik vermoed dat mijn mannetje samen met zijn vriend de hele nacht heeft gefeest.

“Aha,” zeg ik, “and where were you two talking about?”
“Me coffee”, zegt hij en houdt de bekers omhoog waar de koffiegeur uitstroomt. “he”, en hij knikt met zijn hoofd naar de loopbrug, “boss excuses late work.”

In het vertrouwen dat zijn vriend zich gehouden heeft aan hun afgesproken taakverdeling rent hij voorzichtig de trap op. Ik stuur mijn wens, dat de baas hun excuses accepteert, erachteraan zodat ze hun havenwerk mogen behouden en niet als zwervers zullen eindigen.

(Februari 2014, Opium reisverhaal met als thema ontmoeting, maximaal 500 woorden. Voor deze site heb ik gekozen voor de lange versie.)

terug...