Catrien Bouman   Tz'oe
Home Ontaarden Het paleis Een sprookje Korte verhalen Auteur
           

Grijs verleden

Als teamleidster van de psychogeriatrische afdeling ‘de Rozenboog’ van het verpleeghuis ‘de Zonnehoeve’ heb ik altijd gezegd dat ik een man in ons damesteam van verzorgenden wilde hebben. Sinds enkele weken is het zover. Meneer Dijkstra, een dementerende man met Parkinson, kwam de dag na zijn intrek in ons tehuis voor het eerst mijn kantoor binnen en creëerde, naast de stapel plastic postvakjes van de verzorgenden, een werkplek voor zichzelf. Uit zijn tas kwamen: een rekenmachine, een potlood, een ouderwetse puntenslijper, een vies gummetje, een rekenschriftje en een oud fotolijstje met een foto van zijn vrouw. Daarna begon hij op zijn machine te drukken en getallen in het schrift te noteren. Sindsdien rekent hij voor alle medewerkers op de afdeling de supermarktbonnetjes na en hebben we een nauwkeurig overzicht van onze gezamenlijke uitgaven.

 Om vijf voor acht weet ik dat hij in aantocht is.

“U bent er bijna, even de gang oversteken en dan door de deur met het ruitje.” Cora van de voeding wijst hem vanochtend de weg. Het duurt even voordat de deur stilletjes opengaat. Voetje voor voetje schuifelt hij naar binnen. Ik draai me om en zie zijn gekromde rug, zijn gebogen hoofd, de witte knokkels van zijn rechterhand waarin hij stevig een aktetas vasthoudt. Zijn huid is van crackle perkament en zijn ogen zijn onpeilbaar. Zijn kleding heeft de kleur die ik mij bij een echte kantoorklerk voorstel: grijs. De man beweegt traag naar het hoekje van mijn bureau.
“Goedemorgen meneer Dijkstra”
“Goedemorgen, wie gij ook zijt.” Hij zegt het zonder op te kijken en drukt zijn bril omhoog.

Om tien uur stiefelt hij naar de gang, op zoek naar het koffiezetapparaat. Ook voor de andere pauzes heeft hij vaste tijden. Zolang ik in stilte werk tolereert hij mij. Zodra ik telefoon krijg kijkt hij mij geërgerd aan en wanneer er iemand het kantoor binnenkomt kijkt hij verstoord op. Inmiddels is het zover dat ik mij bij elk binnenkomend telefoontje verontschuldig, tijdens zijn pauze zoveel mogelijk mijn eigen telefoontjes afhandel en voor mijn gesprekken vervangende ruimte zoek.

Maar gistermiddag had ik geen uitweg, ik had mijn kantoor nodig. Ik legde meneer Dijkstra de basisprincipes van een flex-plek uit, helaas was hij niet welwillend. Thuiswerken was hem vreemd en hij accepteerde een vrouw niet als zijn leidinggevende. Uiteindelijk heeft onze directeur hem die middag vrij gegeven.

De vloeiende lijn in het leven van meneer Dijkstra is gestokt. Zijn motoriek is houterig en zijn geheugen vertoont haperingen. Zijn handelingen zijn gebaseerd op vaste patronen. Ik weet dat het slechts een kwestie van tijd is, dan zijn ook deze patronen uitgesleten en uitgevlakt. Dan is hij niet meer in staat om de handelingen tot stand te brengen die hij zijn leven lang heeft uitgevoerd. Ik zal hem missen. Terwijl hij nu nog met zijn optellingen bezig is vraag ik mij af hoeveel uitdaging, inspiratie en afwisseling hij tijdens zijn werk heeft gekend. Misschien moeten wij onze wervingscampagne voor de zorg eens richten op kantoorpersoneel. Al zou maar één man ons damesteam écht komen versterken.
(januari 2010, ingestuurd naar Trouw online schrijfwedstrijd, max 500 woorden)

terug...